General

DSP Valley in article of Dutch magazine Trends

DSP Valley has been published in an article of Dutch magazine Trends. The article can be found at this link, but we’ll also publish it here, in Dutch as it’s only available in this language:

 DSP Valley zoekt zijn positie in slimme systemen

Terwijl de elektronicasector een boerenjaar beleeft, zoekt de Vlaamse clusterorganisatie DSP Valley een nieuw elan. Nauwe samenwerking met andere industrieën is de weg vooruit.

Het was misschien niet af te lezen uit hun koersbewegingen vorige week, maar de halfgeleiderfabrikanten beleven gouden tijden. In augustus was hun gemiddelde wereldwijde groei over drie maanden 14,9 procent, vergeleken met dezelfde periode van een jaar geleden. De chipverkoop steeg boven 40 miljard dollar in het kwartaal, een record.

De Belgen profiteren mee. Ons land heeft – het onderzoekscentrum imec buiten beschouwing gelaten – eigenlijk maar één halfgeleiderproducent op eigen bodem: On Semiconductor in Oudenaarde met zijn 130 miljoen euro omzet. Daarnaast zijn er de chipsbakker X-Fab met zijn hoofdkwartier in Tessenderlo en heel wat fabriekloze (‘ fabless‘) halfgeleiderbedrijven. Melexis steekt er bovenuit met zijn 541 miljoen euro omzet, maar er zijn ook AMS Sensors Belgium (ex-Cmosis), Septentrio, Ansem, Caeleste, ICSense, Easics, BlueICe en een handvol andere. Op een uitzondering na – onder meer de infraroodcamerafabrikant Xenics viel wat terug – boekten ze mooie omzet- en resultaatverbeteringen in 2017. Sommige internationale spelers besturen ook productlijnen vanuit België, zoals NXP met zijn chips voor Healthcare. En dan zijn er nog beloftevolle starters, zoals Tusk IC, EctoSense of het iets oudere MinDCet, die knappe groeiperspectieven hebben.

Smeerolie voor de motor

Eigenaardig genoeg profiteert de sectororganisatie van de branche, DSP Valley, niet mee van die gunstige trend. De twintig jaar oude, tienkoppige vzw uit het netwerk van het Leuvense universitaire onderzoekscentrum voor nano-elektronica imec, zag vorig jaar zijn brutomarge teruglopen en dook in het rood. De clusterorganisatie haalt driekwart van haar inkomsten uit hoofdzakelijk Vlaamse, interregionale en Europese subsidies. De rest zijn lidgelden.

Dieter Therssen, de industrieveteraan die een jaar geleden Peter Simkens opvolgde als CEO van DSP Valley, heeft een verklaring: “Wij krijgen er niet veel leden bij en de subsidiegraad van onze projecten is in de jongste paar jaar stelselmatig omlaag gegaan. We moeten nieuwe diensten ontwikkelen om ervoor te zorgen dat de rekening opnieuw klopt.”

DSP Valley heeft intussen ook leden uit Nederland en was vorige week in Eindhoven de co-organisator van de Smart Systems Summit, een elektronica-jamboree met steun van onder meer het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Europees Innovatieprogramma Zuid-Nederland.

De ironie is dat die ‘smart systems’ precies een groot deel van de uitdaging voor DSP Valley uitmaken. Therssen: “DSP Valley startte als een netwerk van micro-elektronicabedrijven. In de vroege dagen ging het vooral om het ontwerpen van de chips, de materialen die je nodig had en de productiemethodes. Vandaag is de uitdaging hoe je die chips gebruikt in het ‘internet of things’-systeem, waar zowat alle toepassingen naartoe evolueren. Onze bedrijven zijn typisch klein of middelgroot. Zij hebben het ontzettend moeilijk om dat voor mekaar te krijgen. Wij willen hulp bieden bij het overzien van de waardeketens en bij het bouwen van de businessmodellen. Die richting slaan we in. Wij willen schouder aan schouder aan businessdevelopment doen met de bedrijven in ons netwerk.”

Therssen noemt het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) met zijn clusterorganisatie flanders.bio de grote aanjager van het Vlaamse succes in de lifesciences. Imec met DSP Valley is dat in de digitale industrie, vindt hij. “De industrie is de motor van het gebeuren. Imec en VIB leveren de brandstof, de intellectuele eigendom. Flanders.bio en DSP Valley zijn de smeerolie. Je hebt er niet veel van nodig, maar als je ze niet hebt, loopt de motor vast.”

Dichtbevolkt terrein

Een concreet voorbeeld is de 3,5 miljoen euro die de Vlaamse minister van Economie, Philippe Muyters (N-VA), uittrekt voor 21 ‘City of Things’-projecten. Het gaat over zeer verschillende toepassingen: bijvoorbeeld mobiliteitsmanagement met automatische nummerplaatherkenning in Puurs, wegdekmanagement in Lubbeek of slimme sturing van boilers in Genk. Therssen: “Uiteraard zijn dat kansen voor onze Vlaamse bedrijven. Wij werken daar met de businessdevelopers van onze leden, brengen bedrijven bijeen in consortia en zorgen voor competitieve voorstellen.”

Bij de tweede oproep voor Innovatieve Bedrijfsnetwerken (IBN), een onderdeel van het clusterstimuleringsbeleid van de Vlaamse regering, scoorde DSP Valley in juni twee contracten. In flanders.health – met 370.000 euro overheidssubsidie – werkt DSP Valley samen met flanders.bio en MedTech Flanders voor synergie tussen digitale en lifesciences. MedTech is de clusterorganisatie van de medische hulpmiddelenfabrikanten, met onder meer Barco, moveUP en Cochlear als leden.

In IoT4Society, met ruim 218.000 euro subsidie voor smart city-clusters, gaat DSP Valley samen met CityLab rond Marc Schepers (de ondernemer achter CityDepot, verkocht aan bpost). De subsidies dekken de helft van het budget van deze Innovatieve Bedrijfsnetwerken. De rest moet van de deelnemende bedrijven komen.

Therssen: “In chipontwikkeling bouw je vrij snel een bruggenhoofd. In gezondheidszorg moet de regelgever je product volledig vrijgeven voor je met patiënten kan werken. Tot dan verbrand je cash. Vandaar dat het een van de grootste zorgen is van flanders.health om dat vrijgavetraject zo kort mogelijk te houden. Wie dat kort kan, zal succesvol zijn.”

Het terrein van de clusterorganisaties wordt ondertussen dichtbevolkt, geeft Therssen toe. “Smartness zit in alles. Het Vlaams Instituut voor de Logistiek, bijvoorbeeld, draait tegenwoordig rond slimme systemen, trackers, big data, enzovoort. In andere sectoren net zo. Je zou ze als concurrenten kunnen zien, maar dat wil ik niet. Deze markt is veel te groot om moeilijk over te doen. Wij focussen op vier domeinen: smart health, smart cities, industrie 4.0 en smart mobility. En daarin dan op technologiebedrijven.”

Om zijn vernieuwde dienstverlening goed te krijgen heeft DSP Valley ondertussen twee algemene ledenvergaderingen gehouden en een ronde tafel georganiseerd onder het hogere management van elektronica- en ‘internet of things’-bedrijven. “Dit jaar is nog een investeringsjaar. Volgend jaar is dat volledig up and running“, belooft Therssen.

Ectosense stopt slaapkliniek in een vingerdop

De Leuvense starter Ectosense haalde in september 1,5 miljoen euro op om zijn NightOwl-toepassing grootschalig te vermarkten. NightOwl maakt met medische precisie uit of iemand aan slaapapneu lijdt. De hardware kan op een vingertop of het voorhoofd worden geplakt en vermijdt een verblijf in een slaapkliniek.
“Iemand met slaapapneu stopt 10 tot zelfs 100 keer per uur met ademen. Het treft ongeveer 5 procent van de volwassenen, maar slechts 1 procent weet dat ze eraan lijden. Je gaat er niet aan dood, maar de adrenalinestoot waarmee de hersenen de ademhaling weer op gang brengen, verergert aandoeningen zoals voorkamertribulatie, diabetes of hypertensie. Zorginstituut Nederland schat de meerkosten van slaapapneu op 4000 euro per jaar per patiënt die niet wordt behandeld”, legt chief operating officer en co-oprichter Bart Van Pee uit.
“De gouden standaard in het opsporen van slaapproblemen is het polysomnografietoestel dat zowat alles meet wat gemeten kan worden. Onze co-oprichters Frederik Massie en Arno Buttiens zetten in het Esat-labo van de KU Leuven de eerste klinische studies op. Ze wilden achterhalen welke registraties echt nodig waren om, via intelligente analyse, tot een diagnose te komen die even accuraat was als de gouden standaard zelf”, zegt Van Pee.
Oorspronkelijk wou Ectosense enkel de software-algoritmes op de markt brengen. Omdat je een heel goede controle nodig hebt over de sensors om zo veel mogelijk uit de signalen te halen, besloten ze vorig jaar ook zelf de elektronica te ontwikkelen. De incubator Imec.iStart hielp hen met haalbaarheidsstudies en Peter Simkens van DSP Valley verwees hen door naar de Leuvense elektronica-ontwerper Zenso.
De NightOwl-hardware communiceert met een smartphoneapp, die de gegevens voor analyse naar de cloudtoepassing stuurt, die op haar beurt aan de behandelende arts rapporteert. De patiënten lenen de NightOwl van hun dokter. “De zorgverstrekker betaalt iets minder dan 100 euro voor een week testen”, zegt Van Pee.
Ectosense voldoet aan de kwaliteitsnorm voor Europese certificatie en hoopt deze maand zijn dossier bij de Amerikaanse FDA in te dienen. De Ier Ciaran McCourt is sinds juni CEO.
De 1,5 miljoen euro die Ectosense in februari ophaalde, kwam hoofdzakelijk van Saffelberg, het vehikel van Jos Sluys. Saffelberg-woordvoerder Luc Osselaer: “Dit is een disruptieve dienst. Eén nacht in een slaapkliniek kost 1500 euro. Ectosense kan hetzelfde doen voor enkele tientallen tot 100 euro.”

Tusk IC mikt op miljardenmarkt

De starter Tusk IC zit volop in 5G en voertuigenradars. De vier oprichters zijn PhD’s van het Esat-Micas-labo van de KU Leuven, gespecialiseerd in het ontwerp van chips voor zeer hoge frequenties.
“Zo’n tien jaar geleden zijn we aan de KU Leuven gestart met dit soort onderzoek. Bedrijven waren toen nog enorm sceptisch of het überhaupt wel mogelijk of zelfs nuttig zou zijn. Dat is de jongste jaren volledig veranderd. We kregen steeds meer vragen voor kortere projecten die eigenlijk onze onderzoeksresultaten vermarktten. Multinationals zoals Qualcomm, Intel, Ericsson of Nokia hengelden naar onze doctorandi. Daarom beslisten we de onderzoeksresultaten onder te brengen in deze start-up”, meldt professor Patrick Reynaert, die het labo leidt en mee aan de wieg stond van Tusk IC.
Co-founder en CEO Wouter Steyaert: “Hoe hoger de frequenties, hoe kleiner de golflengte van de signalen en hoe kleiner je de componenten kan maken – ook de antennes. Dat is een voordeel. Je kan die antennes op de chip integreren. Dat geeft zeer compacte systemen die overal kunnen worden ingebouwd. Maar omdat de golflengte in dezelfde grootteorde begint te liggen als de afmetingen van de componenten, krijg je nieuwe fysische effecten. Het vergt een andere aanpak van het chipontwerp.”
De vraag naar zulke chips is enorm. Marktonderzoeker Strategy Analytics schat dat er in de vijf jaar tot 2022 liefst 375 miljoen radars op zeer hoge frequenties, zullen worden ingebouwd in lichte voertuigen, zoals nu al voor adaptive cruise control. Onder meer NXP, Infineon, Renesas en Texas Instruments vechten om die markt. De vraag naar 5G-chips zal uiteindelijk in de miljarden stuks lopen.
Het team van Tusk IC, met voorlopig 518.000 euro kapitaal van hoofdzakelijk KU Leuven en het Gemma Frisiusfonds, focust op het zend- en ontvanggedeelte van de chips. “Wij dragen dat laatste deel van de puzzel bij. Wij helpen voornamelijk bedrijven waar die kennis ontbreekt”, zegt Steyaert. Tegen begin 2019 verwacht hij zijn team uit te breiden tot zes mensen.
Op termijn verwacht Steyaert dat Tusk IC een steeds groter deel van de chipontwikkeling voor zijn rekening kan nemen, tot het bedrijf het volledige sensor- of communicatiechipontwerp kan leveren. Een overname is dan een van de mogelijke scenario’s. Maar Steyaert sluit ook niet uit dat Tusk IC zelf een product ontwikkelt. “In plaats van chips te ontwerpen, begin je chips te verkopen. Daar heb je een ander niveau van kapitaal voor nodig, maar het is ook een mogelijkheid.”

 

Mindcet zet in op vermogen

Zonnepanelen, windmolens, elektrische mobiliteit en laadpalen zijn maar enkele sectoren waar de vermogenselektronica de vooruitgang trekt. Dat is het terrein van MinDCet, een designhuis voor vermogenshalfgeleiders dat zich in 2011 afsplitste van het Esat-Micas-labo van de KU Leuven. De basis was het PhD-onderzoek van CEO Mike Wens. “In een doctoraat probeer je grenzen te verleggen in snelheid, spanning, temperatuur- en stralingshardheid”, vertelt Jef Thoné, de co-founder en chief technology officer. MinDCet telt binnenkort vijftien medewerkers, met vorig jaar een omzet van 1,3 miljoen euro, ongeveer 15 procent groei en een courante bedrijfskasstroom van meer dan 20 procent.
He bedrijf focust op chips op basis van siliciumcarbide (SiC) of galliumnitride (GaN), die veel sneller schakelen dan klassieke halfgeleiders. “Dat geeft minder energieverlies, je kan je elektronica veel compacter maken of een kleinere koeling inbouwen”, zegt Thoné. “In consumentenelektronica zul je ze niet gauw zien. Ze zijn nog tien keer duurder dan de klassieke siliciumchips.”
Het kapitaal voor MinDCet kwam van de KU Leuven en Allegro Investment Fund. Het Vlaams Agentschap voor Innovatie en Ondernemen gaf in twee fasen 400.000 euro steun aan de starter. Eén keer voor de ontwikkeling van MadMix, een toestel dat de efficiëntie van spoelen meet (een cruciale component in vermogensomzetters). “Een nicheproduct dat nu in de labo’s van 80 procent van de spoelenfabrikanten staat”, zegt Thoné. De tweede subsidie ging naar de ontwikkeling van een eigen driver om een GaN-vermogenstransistor aan te sturen. Dat is de elektronica die ervoor zorgt dat de GaN-chip doet waarvoor hij gebouwd is. “Er zijn weinig fabrikanten die GaN-producten samen met die drivers aanbieden”, zegt Thoné. MinDCet test prototypes van zo’n vermogensmodule en wil die binnenkort op proef aan klanten leveren.
Op de referentielijst van MinDCet staan namen zoals Cochlear, ON Semi, NXP, Xeikon, GE, Melexis, Würth Elektronik of ThalesAlenia Space. Organisch groeien blijft de boodschap. Thoné: “Wij hebben niet direct een plan om grote kapitalen aan te trekken.”